Wat is een belegging?

Een belegging is een vorm van investering waarbij geld wordt vastgelegd voor langere of kortere tijd met als doel om in de toekomst te kunnen beschikken over een grotere som.

Beleggers zijn we allemaal direct of indirect. Al maakt men veelal een onderscheid tussen sparen en beleggen, in feite hebben we het over vrijwel hetzelfde: we zetten geld uit tegen een vergoeding en lopen daarbij risico.

Zelfs bij een spaartegoed waarvan u zeker weet dat u altijd minimaal het ingelegde geld zult terugkrijgen loopt u risico’s, zoals inflatierisico (is mijn geld nog wel net zoveel waard als toen ik het inlegde, of is de ontvangen rente lager dan de inflatie?) of debiteurenrisico (gaat die bankier straks failliet?). Toegegeven: het zijn niet de grootste risico’s, maar ze zijn er wel. Ook als we even niet denken aan sparen blijkt dat we allemaal, in ieder geval indirect, beleggen. Iedereen die bijdraagt aan een pensioenfonds of een pensioenverzekeraar zet daarmee gelden uit in obligaties en aandelen, soms zelfs in combinatie met afgeleide producten als opties.

We onderscheiden een aantal soorten beleggers. Ten eerste natuurlijk de particuliere belegger die aan het eind van de maand al dan niet structureel geld over heeft en besluit dit te investeren in een fonds. Dat kan een beursgenoteerd fonds zijn, maar ook een participatie in een huisfonds van een van de bekende banken.

Naast particuliere beleggers zijn ook institutionele beleggers actief op de financiƫle markten: dit zijn instellingen die vermogens beheren waar anderen op enigerlei wijze toe gerechtigd zijn. De meest bekende typen zijn pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Zij hebben financiƫle verplichtingen jegens hun deelnemers respectievelijk polishouders. Uit het rendement op de hen toevertrouwde middelen (premies) moeten die voldaan kunnen worden.

Institutionele beleggers hebben vaak zeer grote bedragen te beleggen. (De Nederlandse pensioenfondsen hadden ultimo 2003 EUR 485 miljard aan beleggingen, volgens het CBS.)

Voorts zijn ook (grote) ondernemingen regelmatig actief op de geld- of kapitaalmarkt, bijvoorbeeld bij het uitzetten van tijdelijk niet benodigde liquide middelen, of het aantrekken van middelen bij tijdelijke liquiditeitstekorten.